Is er een manier om in zo min mogelijk tijd toch fit te blijven?

De sportscholen zijn al lange tijd dicht. En op de fiets naar het werk is er voor veel mensen niet meer bij. Toch zijn de dagen niet minder vol geworden. Slim en efficiënt sporten in al die drukte, kan dat?

Zo’n 50 procent van de Nederlanders voldeed vóór corona al niet aan de beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad, nu is er helemaal de klad in gekomen. Het Mulier Instituut somberde eind vorig jaar dat twee miljoen mensen veel minder zijn gaan bewegen.

Frank Backx, sportarts en hoogleraar klinische sportgeneeskunde bij UMC Utrecht, schreef mee aan die beweegrichtlijnen. Die dicteren dat volwassenen en ouderen 150 minuten per week matig-intensief dienen te bewegen. Dat wil zeggen: tweeënhalf uur iets doen waardoor je ademhaling en hartslag wat omhooggaan. In korte tijd intensief trainen is alleen weggelegd voor zeer gevorderde sporters. Ongetrainde mensen lopen snel ernstige blessures op.
De tijd nemen en rustig en gedoseerd trainen verstandig is. ‘Dat geldt nog meer voor mensen met een chronische aandoening of overgewicht. Die zijn gebaat bij vormen van beweging zoals fietsen, zwemmen en roeien en ook bij een meer glijdende beweging, zoals skeeleren of schaatsen. Je hebt dan geen last van de schokbelasting die de pezen, spieren en gewrichten te veel onder druk zet. Wat je ook doet: neem er de tijd voor en geniet, adviseert Backx. 

Meer is beter, maar overdrijf niet
Ga elk half uur drie tot vijf minuten bewegen.
Scharrelen, slenteren en je energie over de dag verdelen, is voldoende om ‘gewoon’ gezond te blijven, aldus experts. Maar de beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad stellen ook: bewegen is goed, meer bewegen is beter. Als je echt je conditie en hart en longen wilt trainen, dan moet de intensiteit flink omhoog. Bij matig-intensief bewegen kun je denken aan wandelen, zwemmen of tuinieren. Hardlopen en wielrennen zijn voorbeelden van zwaar intensief bewegen. Bij twijfel: raadpleeg een sportarts.

Aliette Jonkers22 maart 2021.
Lees het HIER het volledige artikel